Zaklamp

“Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten we leven in het licht van de HEER”.

Jesaja 2,5 – 1ste zondag van de advent

“Mama, ik vind het niet leuk dat er zoveel kriebeldieren aan mijn voetjes zijn; ik ben bang.” Het is 4.00 uur in de nacht. Mijn handen zoeken naar een zaklamp, ergens naast het bed. Ik schijn over de plek waar ze lag te slapen. Geen kriebeldieren te zien. Wel een paar knuffels die kunnen kietelen.

Gelukkig kunnen we soms licht aansteken om angsten te verdrijven die het donker ons inboezemt. Soms wordt dan duidelijk dat er helemaal niets is om bang voor te zijn. Op andere momenten zal ook het licht niet kunnen helpen om weg te doen wat ons bang maakt. Misschien komt het belicht zelfs nog scherper in het vizier.

Jesaja spreekt over een bijzonder licht. Een licht dat we zelf niet kunnen aansteken. We hoeven dat ook niet te doen. Want het is er altijd volgens hem. Het gaat immers uit van God. De mensen in Jesaja’s tijd voelden zich nochtans in het donker leven. Maar volgens Jesaja is het ondanks die donkere realiteit mogelijk om te kiezen voor het licht. Wanneer velen dat doen, zal dat licht voor iedereen ook beter zichtbaar zijn door het donker heen en wordt het misschien zelfs ooit minder donker.

Woordkracht bestaat rond deze tijd precies één jaar. Hier elke week mogen thuiskomen en delen, is voor mij ook een beetje als een licht in het donker of een zaklamp in de nacht. Dank aan jou, om dat licht mee te laten schijnen.

Samenredzaamheid

“Als Gij de koning der Joden zijt, red dan uzelf.”

Lucas 23,37 – Christus, Koning van het Heelal

Al van jongs af worden kinderen getraind in het vermogen om zichzelf te redden. In het instapklasje mocht Mara-Lea oefenen op het zelf aandoen van kousjes door haarstrikjes over de voet heen tot rondom de enkels te krijgen. En op zijn 90 jaar probeert mijn opa nog zoveel als mogelijk zelfredzaam te zijn. Het is iets wat ingebakken zit in ons. We zijn er fier op. En daar is niks mis mee. Zolang we ons maar niet schuldig gaan voelen wanneer we tijdelijk of voorgoed minder zelfredzaam zijn. En dat is heel vaak het geval.

Voor Jezus heeft zelfredzaamheid niet het laatste woord. De bijzonder krachtige passage in het Lucasevangelie over Jezus’ laatste woorden aan het kruis toont dat aan. Soldaten dagen Jezus uit om zichzelf te redden en zo zijn macht aan te tonen. Maar Jezus is niet naar de wereld gekomen om zichzelf te redden; wel om anderen te redden. Een van de twee misdadigers die naast Jezus aan het kruis hangen, heeft dat begrepen. Hij is in eerste instantie niet bekommerd om zijn eigen redding. Het eerste wat hij zegt, gaat over Jezus en diens onschuld. Jezus zelf doet geen poging om zijn onschuld aan te tonen; Hij laat zijn onschuld als het ware redden door de misdadiger naast Hem. Ik lees het als een soort van voorafbeelding van de verrijzenis, waarin Jezus zich eveneens door een ander – en ditmaal met hoofdletter – laat redden.

Zelf ervaar ik ook meer ‘gemak’ als ik anderen een stukje vooruit kan helpen, dan wanneer ik zelf ‘gered moet worden’. Maar eigenlijk is het een gevoel dat ingaat tegen de natuurlijke werking van al wat bestaat, waarbij alles en iedereen de ander nodig heeft. Als Koning van het Heelal wil Jezus ons daar misschien opnieuw bewust van maken. Het woord ‘samenredzaamheid’ past in die zin wellicht ook beter bij al onze pogingen om een goed evenwicht te vinden tussen zelfbeschikking en verbondenheid.

Met vleugels

“Met haar vleugels brengt de zon van de gerechtigheid genezing.”

Maleachi 3,20 – 33ste zondag door het jaar

‘Geboren met vleugels’, zo heet een van de laatste nieuwe liedjes van K3. Mara-Lea wil ook graag zo’n vleugeltjes, zei ze. “Écht vliegen kunnen mensen niet, he mama. Maar we kunnen wel doen alsof!”

Ook de schrijver van het bijbelse boek Maleachi zag geen échte gevleugelde zon voor zich. Het is een beeld van hoop: net zoals de opkomende zon de duisternis van de nacht verdrijft, zal de nabijheid van God alle vormen van kwaad doen wegebben en genezing brengen waar onrecht heeft gekwetst, zo gelooft de auteur.

De passage doet me stilstaan bij alle goddelijke vleugels in mijn eigen leven. De vleugels waar ik onder mag schuilen. De veerkracht op mijn eigen rug. De vleugels die ik – bijna écht – krijg wanneer ik het gevoel heb betekenisvol te mogen zijn.

En als die vleugels soms toch te onzichtbaar worden, is er hier iemand die mij leert om ook die tijd uit te houden. Om elke ochtend opnieuw te proberen alsof de vleugels er écht zijn en vanuit die droom te leven.

Gevallen

“Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen in leven.”

Lucas 20,38 – 32ste zondag door het jaar

Turend uit het raam van mijn bureau zie ik een bruin blaadje naar beneden dwarrelen. Het valt neer op een zachte bodem die voorgangers al goudbruin kleurden. Ik zie aan de boom nog meer bladeren die als het ware aan het wachten zijn om bij de volgende windvlaag los te laten. Maar anderen zijn nog fris groen en getuigen zichtbaar van de levenskracht van de boom.

De herfst is bij uitstek het seizoen dat de thematiek van het ‘loslaten’ symboliseert. Maar net middenin deze tijdsperiode spreekt de christelijke traditie ons over een ‘vasthouden’. Over hoe God ons blijft vasthouden, zelfs door de dood heen. De uitgelichte Evangeliezin vertelt mij iets over wat dat vasthouden van God met mensen kan doen. In verbondenheid met Hem is er altijd leven mogelijk. Ik kan me er niets bij voorstellen hoe dit concreet zou worden na dit leven. Ook Jezus laat zich in het Evangelie niet verleiden om er concrete uitspraken over te doen. Maar hier en nu kan ik soms wel iets voelen van de nieuwe levenskracht die ik te midden van moeilijke situaties mag vinden. Omdat Hij mij vasthoudt.

Al dat (bijna) vallen voor mijn raam doet me intussen denken aan een van mijn lievelingsgedichten. In Herbst schrijft Rilke:

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.
Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer welcher dieses Fallen
unendlich sanft in seinen Händen hält.

We vallen allemaal. Die hand daar valt. En kijk naar de andere: het is overal.

En toch is er één Iemand die al dat vallen oneindig zacht in zijn handen vouwt.

Naar boven

“Toen Jezus daar langs kwam, keek hij naar boven.”

Lucas 19,5 – 31ste zondag door het jaar 

Allebei nog niet helemaal hersteld van ziekte, fietsen we in de richting van opa’s huis waar ook de Onze-Lieve-Vrouw kapel dichtbij ligt. Ze liggen allebei op een berg. Het is bij momenten dus wat klimmen. Dat waren we alweer vergeten. Mara-Lea merkt het ook aan onze tragere tred: “Allez papa, sneller, rij naar boven!” De prachtige wolkenhemel onderweg schenkt gelukkig de moed om door te zetten.

Anders dan onze kapel die ‘boven’ op de berg ligt, bevindt Jezus zich in het evangelieverhaal van komende zondag ‘beneden’. Maar hij kijkt wel omhoog. Want daar zit iemand die zijn aandacht wekt: Zacheüs. De positie van de twee verbeeldt voor mij mooi het unieke van wie Jezus is. Spontaan associëren we het goddelijke immers met ‘dat wat boven is’. Jezus heeft het echter naar beneden gebracht. Hij staat beneden. En kijkt niet alleen naar boven om contact te zoeken met zijn Vader. Hij kijkt ook op naar mensen. Zelfs naar die mensen die het naar eigen aanvoelen of in de ogen van anderen niet zouden verdienen.

In de aanloop naar Allerheiligen en Allerzielen kijken ook wij vaak naar boven. Om er God te vinden misschien. Maar voor vele mensen vandaag ook vooral om de mensen die we niet meer bij ons hebben en zo graag zien. Het is een boven waar geen enkele tred ons kan brengen zolang we hier op aarde rondfietsen. Wat zouden we graag hebben dat ze terug naar beneden komen. Het is een zoektocht om ons op nieuwe manieren met hen verbonden te voelen. En blijvend naar hen op te kijken.

Beeld van God

“Want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernederd zal verheven worden”.

Lucas 18,14 – 30ste zondag door het jaar

‘Goed dat we je haartjes eindelijk konden wassen; nu zijn ze terug mooi’, zeg ik aan Mara-Lea. ‘Mooi-er, bedoel je, mama. Ik ben toch altijd mooi!’, antwoordt ze. Heel mijn hart lacht. Voorlopig is het alvast gelukt om haar een positief zelfbeeld mee te geven.

Jezus probeerde dat ook, denk ik. En dan vooral aan de mensen die op de een of andere manier negatief in beeld werden gezet in zijn tijd. De tollenaars vormden zo’n groep binnen het joodse volk. Ze werkten samen met de Romeinen en persten hun volksgenoten vaak af door meer te vragen dan toegestaan. Hierdoor waren ze verre van beminnenswaardig.

Maar Jezus maakt een onderscheid tussen de personen en hun daden en pint mensen niet vast op hun verleden. De manier waarop de tollenaar hier en nu voor God staat, is volgens Jezus wat er toe doet. En dan blijkt het gebed van de tollenaar zelfs ‘mooier’ dan dat van de wetsgetrouwe farizeeër. Deze laatste verheft zich boven de tollenaar. Maar Jezus zet hem op zijn plaats. Terzelfdertijd krijgt de vernederde tollenaar van Jezus een verhevenere plek.

Het beeld dat we van anderen zowel als onszelf hebben, stemt niet altijd overeen met hoe God naar ons kijkt. Soms valt het me moeilijk om dat in te zien en vergt het veel energie om mijn eigen beeld bij te stellen. Maar uiteindelijk is het wel altijd bevrijdend om met de ogen van God te kijken. Hij ziet het mooie in ons. Ook als er even of al langer een minder mooie laag overheen zit.

‘Ik wil ook nog wat lippenbalsem.’

Over hoop

“Tenslotte werden Mozes’ armen moe. Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant.”

Exodus 17,12 – 29ste zondag door het jaar

Overhoop. Dat is het meest passende woord om de keuken en living momenteel te omschrijven. De jassen en extra truien tegen de opzettende herfstkou vinden hun weg naar de kapstok precies niet goed. De blokken van een omvergeworpen toren zouden een onopmerkzame voet wel eens kunnen doen struikelen. En het uitzicht helpt ook niet echt om in mijn hoofd wat orde in de chaos te vinden.

Het troost mij wel te lezen over Mozes die het ook niet altijd gemakkelijk had om rechtop te blijven staan te midden van de chaos van zijn tijd. Er rust letterlijk veel gewicht op zijn schouders wanneer het een zaak van leven of dood blijkt om zijn beide armen – met Gods staf in één hand – opgeheven te houden. Zolang zijn armen opgeheven blijven, weten de Israëlieten de Amalekieten in een oorlog te trotseren. Maar wanneer hij ze laat zakken, keren de rollen zich om. Gelukkig zijn Aäron en Chur in de buurt. Ze schenken Mozes meer comfort, door hem een zitplaats aan te bieden en elk aan een kant zijn armen te ondersteunen.

Alleen zijn mensen er niet toe in staat om altijd rechtopstaande te blijven. Iedereen wordt soms moe, ligt wel eens overhoop. Met zichzelf of met andere mensen en vaak ook met beiden tegelijkertijd. Met God misschien zelfs. Op die momenten is er meer dan ooit nood aan een Aäron en Chur. Aan mensen die naast een ander op een steen gaan zitten en over hoop blijven vertellen. En soms zelfs zo ver gaan dat ze tijdelijk zelf de handen (en voeten) worden van degene in nood.

Soms worden torens omvergeworpen en ligt alles wat chaotisch door elkaar. Maar ook de blokken van omvergeworpen torens kunnen gebruikt worden om te bouwen aan iets nieuws.

Copyright Pixabay

Onderweg

“En onderweg werden zij gereinigd.”

Lucas 17,14 – 28ste zondag door het jaar

6 oktober 2012. Gerd en ik vertrouwen ons toe aan elkaar en aan de weg die God met ons wil gaan. Tien jaar later is de sfeer minder vrolijk gestemd. Grieperig en sip lig ik in de zetel. Gelukkig zond Hij ons intussen iemand die ook op de moeilijkere momenten vrolijkheid brengt. Mara-Lea heeft op school gezien dat iemand op een stukje keukenpapier tekende en wil dat ook doen. Ook ik volg de kronkelende wegen van de ingedrukte stipjes op het flinterdunne papier. De vele bochten doen me denken aan de kronkels in ons huwelijksleven. Maar het geheel oogt wel heel kleurrijk.

Ook in de evangelielezing van komende zondag zijn mensen op weg. Het gaat om mensen die op zoek zijn naar genezing. Jezus lijkt hun verzoek niet onmiddellijk in te willigen. Hij daagt hen uit om erop te vertrouwen dat die genezing er gaandeweg zal komen. Volgens de joodse traditie kwam het de priesters toe om de genezing van huidvraat te controleren, waarop een ritueel volgde dat hen terug toelating gaf om in de buurt van andere mensen te komen. Uit het verhaal blijkt dat de melaatsen niet worden beschaamd in hun vertrouwen om de priesters alvast tegemoet te gaan. Onderweg vinden ze immers genezing.

Ook ons huwelijksleven ervaar ik als een weg van vertrouwen in de richting van meer heelheid. Onderweg is dat vertrouwen soms moeilijk en sommige kronkels keren meerdere keren weer. Maar de bochten nodigen ook uit om nieuwe dingen te ontdekken. Van de ander, van jezelf en van God. Eens je de kracht vindt om de kronkels niet te vrezen, wordt het onderweg zijn op zich waardevol.

Bewogen

“Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee.”

Lucas 17,6 – 27ste zondag door het jaar

Ik hou er tegenwoordig van om met mijn handen in de aarde bezig te zijn. Ze helpen mij om te ‘aarden’. Om uit mijn hoofd te komen en meer met de rest van mijn lichaam verbonden te zijn. Iemand verwees me ook door naar meditaties die meer ‘aarding’ nastreven. Vaak vertrekken deze vanuit de vraag om je te visualiseren dat er wortels uit je voeten groeien die vervolgens diep in de aarde verankering vinden.


Ik moest aan deze meditaties denken toen ik bovenstaand vers uit het evangelie voor komende zondag las. Jezus schijnt precies het tegenovergestelde te vragen: je lostrekken uit de grond waarin je verankerd bent. Hij spreekt in beelden wanneer deze woorden vallen. De apostelen voelen zich ‘klein’ in hun geloof en vragen aan Jezus om meer innerlijke sterkte. Jezus antwoordt hen daarop dat zelfs het kleinste geloof wonderbaarlijke dingen teweeg kan brengen. Dat kleine geloof is in staat om een moerbeiboom ervan te overtuigen om de eigen wortels uit de grond te trekken en zichzelf in de zee te planten, zo gaat Jezus verder.


Op zee is er altijd wel beweging en dus veel minder verankering dan in de grond. De zee kan kalm gedijen, maar ook woest kolken. En toch is het een levengevend beeld dat Jezus wil schetsen. Het zal de moerbeiboom in elk geval niet aan het nodige water ontbreken om zijn wortels te laven, eens in de zee geplant.


Vaak zie ik het als een uitdaging voor mezelf om voldoende staande te blijven te midden van alle beweging in het leven van elke dag. Maar misschien bestaat Jezus’ uitnodiging er net uit om me vertrouwvol mee te laten bewegen, in het diepe weten dat ook die beweeglijke zee uiteindelijk in Hem gegrond is. Wie wil geloven, kan wellicht niet bewegingloos blijven staan. En wie wil bewegen, kan niet zonder geloof. Hoe klein ook.

Afgesloten

“Tussen ons en jullie gaapt er voorgoed een wijde kloof.”

Lucas 16,26 – 26ste zondag door het jaar

“Ben je nu boos of blij op mij?”, vraagt Mara-Lea met een klank in haar stemmetje die duidelijkheid wil afdwingen. Waarschijnlijk tuur ik wat afwezig voor mij uit. Ze voelt aan dat ik in mijn hoofd met andere dingen bezig ben en daardoor niet helemaal bij haar ben. Ze wil opnieuw verbinding zoeken.

Die verbinding ontbreekt volledig tussen de personages in het Evangelie voor komende zondag. De passage vertelt over een rijke onbekende man en de arme Lazarus. Tijdens hun leven staat er een poort tussen hen die hen van elkaar scheidt. De rijke komt niet buiten zijn poort. Lazarus blijft liggen vóór de poort. De kloof tussen hen is zo groot geworden dat ze ook na hun dood niet meer te overbruggen is, aldus het verhaal.

Op een vreemde manier voel ik sympathie voor de rijke. Ik vind het erg dat er na zijn dood geen enkele genade is voor hem, terwijl er nergens staat te lezen dat de arme Lazarus ook echt aanklopte aan de poort en de rijke hem bewust negeerde. Misschien kan ik mij ook wel een beetje met de rijke onbekende identificeren. Niet met zijn talrijke feesten. Wel met de persoon die soms zo druk in de weer is met zichzelf dat hij/zij zich onbewust afsluit van wat er zich hier en nu, vlak voor de neus afspeelt. Alsof er een poort kwam te staan die een kloof creëert tussen het ik en de ander.

Nochthans ligt er net vóór die poort een ruimte om mekaar écht te zien en te ontmoeten. Op momenten die even vluchtig zijn als het leven zelf en niet altijd de kans krijgen om opnieuw beleefd te worden. Deze parabel gaat voor mij niet alleen over alle onrechtvaardigheid tussen rijk en arm, maar ook over elke keer dat mijn afgesloten zijn een ander tot Lazarus maakt en er aan het Leven zelf voorbij wordt gegaan.

Pixabay